Een bijzondere oorzaak van kaalheid is chemotherapie. Bij deze behandeling worden zowel de kankercellen als de andere normale cellen in het lichaam vernietigd. De normale cellen in het lichaam, die het meeste risico lopen om vernietigd te worden door chemotherapie, zijn degenen die het snelst groeien. Omdat de cellen die verantwoordelijk zijn voor de haargroei zich het snelst delen, worden zij soms vernietigd door chemotherapie. Dunner wordend haar of, in sommige gevallen, complete haaruitval is het resultaat. Niet alle medicijnen voor chemotherapie veroorzaken haaruitval. Vele veroorzaken alleen dunner wordend haar, wat vaak niet opgemerkt wordt door andere mensen. De chemotherapiemedicijnen die vaak geassocieerd worden met haaruitval zijn:

  • Adriamycine (doxorubicine) veroorzaakt vaak haaruitval. Wanneer het toegediend wordt in injectievorm elke 3 tot 4 weken is het haarverlies vaak totaal. Ook de wenkbrauwen, wimpers en het schaamhaar vallen dan uit. Bij wekelijkse injecties met een lage dosering is het haarverlies minimaal tot geen haarverlies.
  • Carboplatine veroorzaakt haaruitval alleen in uitzonderlijke gevallen wanneer het medicijn op zich gebruikt wordt. In combinatie met Cytoxan (cyclophosphamide) treedt in 50% van de gevallen haarverlies op.
  • Cisplatine kan haarverlies opleveren, alhoewel dit zeldzaam is.
  • Cytoxan (cyclophosphamide) veroorzaakt haarverlies.
  • Dacxtinomycine kan haarverlies opleveren en dit beperkt zich niet alleen tot het hoofd.
  • Etoposide kan in sommige gevallen een licht haarverlies geven, alhoewel sommige patiënten een totale kaalheid ontwikkelen.
  • Hexamethamelamine (HMM, altretamine) dit kan haarverlies geven, alhoewel deze bijwerking zeldzaam is.
  • Ifosfamide veroorzaakt haarverlies.
  • Taxol veroorzaakt in bijna alle gevallen haarverlies. Het haarverlies begint ongeveer 14 tot 21 dagen na de behandeling en heeft vaak ook effect op al het lichaamshaar incl. wenkbrauwen, wimpers en schaamhaar.
  • Vincristine veroorzaakt in minder dan de helft van de gevallen haarverlies.

Andere chemotherapie medicijnen, die minder vaak geassocieerd worden met haarverlies zijn:

 

  • bleomycine,

  • 5-fluorouracil (5-FU)

  • methotrexate.

Haarverlies veroorzaakt door chemotherapie is tijdelijk. Zelfs bij totaal haarverlies begint het haar weer te groeien na verscheidene cycli van chemotherapie en gaat door na vervolgbehandelingen. Wanneer het haar weer gaat groeien, kunnen er veranderingen zijn in kleur en stijl. Het is gewoon dat haar dat weer gaat groeien meer krul bevat dan voorheen. Een verandering in kleur is zeldzaam. Mede gezien het tijdelijke karakter van haarverlies bij chemotherapie is haartransplantatie niet aan de orde. Beter is het te kiezen voor een haarwerk. Verscheidene verzekeringsmaatschappijen vergoeden (deels) de aankoop van een haarwerk bij een chemotherapie.

Share This