Klassieke mannelijke kaalheid (alopecia Androgenetica)

De zogenaamde androgene (mannelijke kaalheid) haaruitval treft vooral mannen met een erfelijke aanleg en de aanwezigheid van het hormoon dihydrotestosteron (DHT). De erfelijkheid kan zijn van vaders of moederskant en zit in de genen bepaald. Slechts het samengaan van deze twee factoren leidt tot haaruitval. Het mannelijke geslachtshormoon testosteron is de “boosdoener”. Castratie voor de puberteit voorkomt dan ook androgene kaalheid volgens de onderzoekers, maar dat is wel een zeer dramatische beslissing om haaruitval te voorkomen.

 

Wie overkomt het?

Vrijwel alle mannen van het zogeheten Kaukasische ras, waar ook de meeste Europeanen onder vallen, krijgen uiteindelijk met kaalheid te maken. Het is een natuurlijk proces dat naast het ras beïnvloed wordt door geslacht, leeftijd, erfelijkheid en hormoonhuishouding. Kaalheidverschijnselen kunnen vanaf het 16e jaar optreden.

 

Ontstaan mannelijke kaalheid

De oorzaken van alopecia androgenetica zijn inmiddels voor het overgrote deel bekend. Grootste boosdoener is het hormoon dihydrotestosteron (DHT) dat net zoals alle andere hormonen zowel bij mannen als bij vrouwen voorkomt.

 

De boosdoener

Dit DHT-hormoon wordt, onder invloed van een enzym (5-alpha-reductase), gevormd uit het mannelijk hormoon testosteron. Dit proces vindt plaats in het haarwortelzakje van de hoofdhuid. Het DHT-hormoon kan ook worden afgebroken en wel door de stof 3-alpha-hydroxysteroïd dehydrogenase.

Bindt het DHT-hormoon zich echter aan een andere stof (de androgeen-receptor) dan veroorzaakt dit proces uiteindelijk het afsterven van het haarwortelzakje waardoor er geen haren meer uit zullen groeien. Doet dit proces zich bij veel haarwortelzakjes voor, dan wordt de haardos steeds dunner en zal uiteindelijk kaalheid optreden.

 

Wordt iedereen even kaal?

De verschillen in de mate waarin alopecia androgenetica optreedt, worden onder andere verklaard door individuele verschillen in gehaltes aan:

  • 5-alpha-reductase,
  • de afbrekende stof (3-alpha-hydroxysteroïd dehydrogenase).
  • de androgeen-receptor waaraan het DHT zich bindt.

Bij deze verschillen spelen ook erfelijkheid, leeftijd en ras een rol.

wie is de schuldige? Pa of Ma?

Duidelijk is inmiddels geworden dat het overerven van de klassieke mannelijke kaalheid zowel langs de vrouwelijke als langs de mannelijke lijn loopt. Een tijd lang is zelfs gedacht dat met name de vrouwelijke lijn van belang was. Wanneer alopecia androgenetica in de familie voorkomt, is de kans dat je er ook mee te maken krijgt groter dan wanneer het niet voorkomt.

 

De bloedtoevoer

Klassieke mannelijke kaalheid kan niet alleen worden toegeschreven aan erfelijkheidsfactoren. Vastgesteld is dat de kalende hoofdhuid een verminderde bloedtoevoer heeft. Of dit de oorzaak is van de haaruitval (de kip) of juist het gevolg is van het feit dat er geen haarwortelzakjes meer zijn (het ei) is niet duidelijk. Over het algemeen heeft deze vorm van kaalheid geen relatie met een ziekte of afwijking van het individu.

 

De haargroei

Normaal gesproken groeit een haar op het hoofd gedurende een periode van gemiddeld twee tot zes jaar (groeiperiode). Daarna heeft het haar een rustperiode van twee tot vier maanden waarin het niet groeit; vervolgens valt het haar uit. Een nieuwe haar begint dan op die plaats te groeien. De haren op het hoofd bevinden zich in verschillende fasen (groeifase, rustfase en uitvalfase), dus vallen iedere dag wel haren uit. Dit zijn er circa 100 per dag. Maar, wanneer iemand meer dan 100 haren per dag verliest, betekent dit nog niet dat er sprake is van klassieke mannelijke kaalheid. Een tijdelijk verhoogd verlies van hoofdharen kan bijvoorbeeld ook ontstaan nadat een (eiwit-beperkt) dieet is gevolgd.

Hierna is zowel voor mannen als voor vrouwen aangegeven wanneer sprake kan zijn van klassieke mannelijke kaalheid.

 

Verschijnselen bij mannen

Zoals eerder vermeld, is de klassieke mannelijke kaalheid een proces dat zich bij vrijwel iedereen voor zal doen. Artsen maken wel onderscheid in vroege (vóór het dertigste levensjaar) en late (vanaf circa het vijftigste levensjaar) alopecia androgenetica. Artsen stellen hun diagnose aan de hand van onderstaande tekenen:

  • het patroon van haaruitval
  • de haarwortelzakjes verminderen enigszins in grootte
  • de duur van de groeifase neemt af
  • het aantal haren dat in de uitvalfase is neemt toe.
  • de haardiameter neemt af
  • de gewone haren worden in toenemende mate vervangen door donsachtig haar.

 

Wanneer wordt haaruitval zichtbaar?

Voor de persoon zelf is een vermindering van de haardichtheid op de kruin of bij de inhammen de duidelijkste aanwijzing voor de aanwezigheid van klassieke mannelijke kaalheid. Er zijn verschillende patronen van kaalheid die het verloop van de haaruitval aangeven. Bij mannen blijft altijd een hoefijzervormige rand (kransje) haar over aan de zijkant en achterkant van de schedel. Dit komt omdat de haren op deze plaatsen ongevoelig zijn voor het hormoon DHT, dat een zeer belangrijke rol speelt bij het optreden van haaruitval. Bij haartransplantaties wordt van dit fenomeen dan ook dankbaar gebruik gemaakt.

 

Verschijnselen bij vrouwen

Vrouwen hebben van nature naast vrouwelijke (oestrogenen), ook mannelijke hormonen (androgenen). Over het algemeen is echter de hoeveelheid lichaamseigen mannelijke hormonen in de periode voor de menopauze te laag om zichtbare verschijnselen van alopecia androgenetica te veroorzaken. Daarbij komt dat oestrogenen de levensduur van het haar verlengen en dus de hoeveelheid haar vergroten.

 

De verandering

De laatste tijd echter komt bij vrouwen, en soms al op jonge leeftijd, veel meer haaruitval voor.

De oorzaken daarvoor zijn nog niet vastgesteld maar gedacht wordt aan de emancipatie en de grote veranderingen waarmee het leven van vrouwen is veranderd.

  • De vrouw is de pil gaan gebruiken (hormonen)
  • Wat zit er soms in ons voedsel? (hormonen)
  • Vrouwen hebben ook meer te maken met stress. (hormonen)

 

Bij vrouwen met een erfelijk bepaalde aanleg voor alopecia androgenetica kan een verhoogde productie van mannelijke hormonen (androgenen) of inname van androgeenachtige stoffen (bijv. sommige anticonceptiepillen) aanleiding zijn tot verhoogde haaruitval. Dit gaat soms gepaard met een vettere huid als gevolg van een verhoogde talgproductie en met de ontwikkeling van meer spiermassa. Bij vrouwen treedt de kaalheid met name op aan de bovenzijde van de schedel. De voorste haargrens en het haar op het achterhoofd blijven intact.

De menopauze

Na de menopauze neemt de hoeveelheid vrouwelijke hormonen (oestrogenen) bij vrouwen echter sterk af, waardoor zij verhoudingsgewijs meer mannelijke hormonen hebben en het proces van alopecia androgenetica wordt versneld.

Chemotherapie

Een bijzondere oorzaak van kaalheid is chemotherapie. Bij deze behandeling worden zowel de kankercellen als de andere normale cellen in het lichaam vernietigd. De normale cellen in het lichaam, die het meeste risico lopen om vernietigd te worden door chemotherapie, zijn degenen die het snelst groeien. Omdat de cellen die verantwoordelijk zijn voor de haargroei zich het snelst delen, worden zij soms vernietigd door chemotherapie. Dunner wordend haar of, in sommige gevallen, complete haaruitval is het resultaat. Niet alle medicijnen voor chemotherapie veroorzaken haaruitval. Vele veroorzaken alleen dunner wordend haar, wat vaak niet opgemerkt wordt door andere mensen. De chemotherapiemedicijnen die vaak geassocieerd worden met haaruitval zijn:

  • Adriamycine (doxorubicine) veroorzaakt vaak haaruitval. Wanneer het toegediend wordt in injectievorm elke 3 tot 4 weken is het haarverlies vaak totaal. Ook de wenkbrauwen, wimpers en het schaamhaar vallen dan uit. Bij wekelijkse injecties met een lage dosering is het haarverlies minimaal tot geen haarverlies.
  • Carboplatine veroorzaakt haaruitval alleen in uitzonderlijke gevallen wanneer het medicijn op zich gebruikt wordt. In combinatie met Cytoxan (cyclophosphamide) treedt in 50% van de gevallen haarverlies op.
  • Cisplatine kan haarverlies opleveren, alhoewel dit zeldzaam is.
  • Cytoxan (cyclophosphamide) veroorzaakt haarverlies.
  • Dacxtinomycine kan haarverlies opleveren en dit beperkt zich niet alleen tot het hoofd.
  • Etoposide kan in sommige gevallen een licht haarverlies geven, alhoewel sommige patiënten een totale kaalheid ontwikkelen.
  • Hexamethamelamine (HMM, altretamine) dit kan haarverlies geven, alhoewel deze bijwerking zeldzaam is.
  • Ifosfamide veroorzaakt haarverlies.
  • Taxol veroorzaakt in bijna alle gevallen haarverlies. Het haarverlies begint ongeveer 14 tot 21 dagen na de behandeling en heeft vaak ook effect op al het lichaamshaar incl. wenkbrauwen, wimpers en schaamhaar.
  • Vincristine veroorzaakt in minder dan de helft van de gevallen haarverlies.

Andere chemotherapie medicijnen, die minder vaak geassocieerd worden met haarverlies zijn:

 

  • bleomycine,

  • 5-fluorouracil (5-FU)

  • methotrexate.

Haarverlies veroorzaakt door chemotherapie is tijdelijk. Zelfs bij totaal haarverlies begint het haar weer te groeien na verscheidene cycli van chemotherapie en gaat door na vervolgbehandelingen. Wanneer het haar weer gaat groeien, kunnen er veranderingen zijn in kleur en stijl. Het is gewoon dat haar dat weer gaat groeien meer krul bevat dan voorheen. Een verandering in kleur is zeldzaam. Mede gezien het tijdelijke karakter van haarverlies bij chemotherapie is haartransplantatie niet aan de orde. Beter is het te kiezen voor een haarwerk. Verscheidene verzekeringsmaatschappijen vergoeden (deels) de aankoop van een haarwerk bij een chemotherapie.

Share This